Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • mediacoach-Rini Jansen
    Bezoekers:
  • onderzoek Peuters en kleuters op internet
  • 0-3 jaar
    • Praten en zingen is voor baby’s leuker dan een boekje lezen of tv kijken; dat begint pas ongeveer met 9 maanden. Voor die tijd doe je ze er nog weinig plezier mee.
    • Aandacht voor boekjes, programma’s of games en websites is van korte duur. Dat kunnen ze pas als ze zich kunnen concentreren op plaatjes kijken (vanaf 9 maanden).
    • Bewegende beelden of opvallende geluiden trekken de aandacht.
    • Ze houden van deuntjes, liedjes en rijmpjes.
    • Ze zien graag duidelijke kleurvlakken: rood, geel, blauw.
    • Peuters reageren op ‘hun’ boekjes, programma’s, games en websites door te wijzen en te benoemen wat ze zien.
    • Het benoemen is belangrijk: daarmee leren ze in korte tijd veel woordjes.
    • Ze houden van herhaling. Favoriete boeken moeten soms eindeloos opnieuw worden voorgelezen.
    • Ze ontwikkelen oog/hand-coördinatie en kunnen met de muis klikken of met hun vinger een touch-screen bedienen.
    • Peuters kunnen de media nog niet zelfstandig volgen: ouders bepalen wat ze zien en wanneer.
  • 4 - 6 jaar
    • Kleuters beginnen nu de begrippen te leren voor emoties als ‘blij’, ‘boos’, ‘verdrietig’, ‘eenzaam’, etc. (Oftewel: woorden voor dingen die je niet kunt aanwijzen.)
    • Het mediagebruik wordt een dagelijks ritme, dat kinderen ook als zodanig herkennen.
    • Kleuters kunnen hun aandacht goed bij mediaproducties (zoals websites, tv-programma’s en films) houden als het hen aanspreekt.
    • Ze houden van liedjes en rijmpjes.
    • Ze denken met het programma of de game mee en zijn op zoek naar uitdagingen, probleempjes oplossen, en fantasie- of sprookjesverhalen.
    • Het liefst kijken kleuters samen met een volwassene tv. Hetzelfde geldt voor games of internet. Kleuters willen graag praten over wat ze zien en horen of lezen omdat ze over alles nu zelfstandig gaan nadenken.
    • Kleuters hebben moeite om de onechtheid van drama en tekenfilms te herkennen; in hun beleving is alles realistisch en voorstelbaar.
    • Ze kunnen nog niet herkennen of iets reclame is of niet.
    • Van harde geluiden en eng uitziende of dreigende karakters worden ze bang (zeker in de bioscoop).
    • Ze kunnen hun eigen gevoelens nog niet goed benoemen. Mede daardoor heeft het weinig zin voor ouders om uit te leggen dat enge dingen niet echt zijn. Troosten en afleiding helpt wel.
    • Ze spelen dingen die ze in programma’s, games of sites zien graag na. Hierdoor verwerken ze wat ze zien. Als ze agressie zien op tv of op internet, dan zie je dat snel terug in hun spel. Hetzelfde geldt voor angstige momenten.
  • Ontwikkelingskenmerken per leeftijd
  • 7-9 jaar
    • Vlak voor hun 7e verjaardag beginnen veel kinderen interesse te krijgen in zelf boekjes lezen. Meestal willen ze dat nog niet in hun eentje. Dat is niet erg; samen lezen stimuleert ook het (zelfstandig) leren lezen.
    • Toch vinden ze voorlezen nog steeds heel fijn.
    • Ze beginnen het film- en tv-aanbod in te delen in genres, zoals films, tekenfilms en dramaseries.
    • Sommige genres, zoals nieuwsprogramma’s en documentaires, zijn ‘echt’, omdat kinderen de inhoud als zodanig herkennen.
    • De onechtheid van drama, met gespeelde rollen, kunnen ze nog niet goed uitleggen. Fantasiemonsters en gewelddadige boeven zouden ook in het echt kunnen bestaan.
    • Ze begrijpen wat reclame is, maar kunnen dat nog niet altijd goed herkennen. Op televisie is dat overigens wel gemakkelijker dan op internet en in games.
    • Ze ontwikkelen een gerichte keuze voor bepaalde genres.
    • Het verschil tussen jongens en meisjes wordt belangrijk. Beide groepen gaan steeds meer hun eigen boeken, programma’s en games kiezen.
    • Ze raken geïnteresseerd in ingewikkelde relationele problemen (vriendschap, verliefdheid, ruzie, eenzaamheid, pesten, echtscheiding) maar ze hebben nog moeite met complexe verhaallijnen (zoals flashbacks of parallelvertellingen vanuit verschillende perspectieven).
    • Ze kunnen zelf internetten, maar doen dat nog wel veel onder het zicht van hun ouders. Ze zitten ook nog veel met broertjes en zusjes samen aan de computer, maar steeds vaker met vriendjes. Van vriendjes horen ze wat ‘coole’ sites zijn.
  • 10-12 jaar
    • Kinderen van 10 tot 12 gaan steeds meer zelfstandig media gebruiken, vaak ook op hun eigen slaapkamer.
    • Ze hebben weinig moeite meer met ondertiteling, waardoor ze ook ‘grote mensen’-producties kunnen volgen.
    • Vriendjes en vriendinnetjes bepalen wat populair is; ze doen mee met allerlei rages.
    • Veel ouders houden nog wel een oogje op het mediagebruik; te gewelddadige films en games zijn verboden.
    • Kinderen worden kritisch over wat ze in de media tegenkomen. Belangrijke onderwerpen zijn bijvoorbeeld: dierenleed en milieuvervuiling.
    • Kinderen weten dat reclames bedoeld zijn om producten te verkopen, maar kunnen – vooral op internet – nog niet altijd doorzien wat commercieel is en wat niet. Ze worden nog gemakkelijk verleid door commerciële aanbiedingen.
    • Ze kunnen na het kijken afstand nemen van films en programma’s waarin monsters voorkomen. Die zijn duidelijk nep.
    • Reële, herkenbare dreigingen in herkenbare situaties (bijvoorbeeld op een school) zijn nog wel beangstigend.
    • Harde, realistische geweld-acties vinden ze beangstigend en vervelend. Ze weten dat het gespeeld is, maar ze vinden het nog wel steeds voorstelbaar.
    • Hun interesse in seks neemt toe, maar beelden van vrijende mensen en gesprekken over seks op tv vinden ze gênant als ze met de ouders samen kijken.
  • mediaopvoeding op twitter
 
Add to Yurls